Biografie van Anny van Hoof, regisseur en artistiek leider van Het Groote Hoofd

Anny van Hoof en haar Brabantse ziel
Ik ben geboren en getogen op het platteland van Oost-Brabant, op de rand van De Peel. In de buurt waar de varkens-en kippenpest grondig hebben huisgehouden. Wij woonden met een groot gezin in een heel klein dorp in de voormalige boerderij van mijn opa, net achter de kerk en het klooster.

De invloed van het oude Brabantse platteland
Mijn jeugd heb ik doorgebracht in de jaren '60 en '70 op dat laatste echte Brabantse platteland te midden van de vele gemengde bedrijfjes, boerenkinderen, biecht, akkers, veldbloemen, rood-bont vee, beekjes, schuld en boete, ruisende populieren, geen televisie, zandpaden, communicantjes, elektriciteitspalen, zonnige eiken, kar en paard, de smid, moeras, ver-achter-af, melken-met-de-hand, kreupele varkens, herfstkatjes, vakantie-achter-op-de-fiets, zonde en verderf, zwaar dialect, rode klaprozen, zoemende bijen, werkende pompen, zout op slakken, deftig-praten, houtmijten en hooioppers, korenbloemen en de koekoek.

In de jaren 70 is dit landschap van geuren en kleuren, van sloomheid en angst zeer snel veranderd. Dit begon met de ruilverkaveling; beekjes werden gekanaliseerd, steegjes met knotwilgen en bomenrijen omgekapt, boerderijtjes werden omgegooid of verbouwd tot buitenhuis door 'stedelingen', het plaatselijke winkeltje verdween voor de supermarkt en ieder kreeg een auto. Wat nog boerenleven was werd bio-industrie.
Nu is het dorp versteend en een buitenwijk geworden van een grote gemeente. Met de onlangs aangelegde A 50 is het gebied opengelegd en het laatste boerenlandschap van mijn jeugd is verdwenen. Ik ben een vreemde geworden op mijn geboortegrond.

'Oh, dá is toch zónne skônne speulder!'
De liefde voor het toneel(spel) is met de paplepel ingegoten. Brabant is en was al van oudsher groots bloeiend in het amateur-toneel. Mijn hele familie speelde in de plaatselijke amateurtoneelvereniging. Mijn vader heeft later, toen hij ouder was, nog vele stukken geregisseerd.
Nog dagelijks klinken de woorden van mijn moeder me in de oren: 'Oh, dá is toch zónne skônne speulder!' En dit is dan ook de meest belangrijke drijfveer vanwaar uit ik toneel maak. Toneel is voor mij het mooist en meest op zijn plaats vanuit zijn meest pure vorm: 'het spelen'.

Dit maakt toneel uniek tussen alle andere kunstuitingen, omdat het gedaan wordt op het moment zelf; de acteur neemt ons mee en wil ons doen geloven in zijn verhaal en personage en geeft ons daarmee een inzicht in onze tijd en onszelf, en het kan nooit meer herhaald worden. Dit domme feit kan mij tot tranen toe beroeren. Het is zo kinderlijk eenvoudig, maar o zo uniek, waardevol en liefdevol.

Taal als partituur, speler als instrument
In mijn regisseren is 'het spelen' dan ook de tekentaal waarmee ik mijn voorstellingen maak. Daarbinnen vertel ik mijn verhaal en met die tekentaal geef ik dit verhaal vorm. Al het andere is daaraan ondergeschikt en laat zich drijven door de taal van het spelen. De spelers zijn mijn instrumenten, met de tekst als partituur. Ik durf wel te stellen dat ik toneel nastreef in zijn meest pure vorm. Dit is herkenbaar in mijn stukken en wordt ook door velen erkend.

Ik ben in november 1990 afgestudeerd aan de Theaterschool te Amsterdam en maak sindsdien gemiddeld 3 stukken per jaar (bij diverse gezelschappen). Ik werk al sinds de zandbak samen met mijn broer Jan en we hebben zeer uiteenlopende stukken op onze naam staan, van moderne dans, tot klassieke stukken, muziektheater, jeugdtheater, drama, komische stukken, kostuumstukken. Wat we ook doen, ons uitgangspunt en grote liefde blijft altijd het unieke van het toneelspel en het werken met deze tekentaal.

Copyright (c) Het Groote Hoofd 2014-2017. All rights reserved.