Jeanne d'A van Veghel; Onssjan (2014) • het verhaal van Jeanne d'Arc

In 1337 viel de Engelse koning Edward III Frankrijk binnen. Hij aasde op de Franse troon. Rond 1400 had hij meer dan de helft van Frankrijk bezet. De rest van Frankrijk werd geregeerd door de Fransen en Bourgondiërs. De oorlog duurde tot 1453, maar er waren ook tijden van vrede.

Deze 100- jarige oorlog eiste veel slachtoffers in Frankrijk. De Bourgondiërs hadden zich bij de Engelsen gevoegd, en vormden dus ook een aardige bedreiging voor de Fransen. Maar de succesvolle veldslagen van Jeanne d'Arc verzwakten de Engelsen, en na haar dood had Engeland nog maar een klein deel van Frankrijk in handen.

Jeanne d'Arc werd geboren in het dorp Doremy, in de streek Lotharingen. Ze kwam uit een boeren gezin. Haar vader, Jaques d'Arc werkte als boer in de streek, en had een aantal schapen. Haar moeder was Isabelle Romee. Jeanne kwam uit een gezin van 5 kinderen. Ze was geboren op 6 Januari in 1412.

Ze heeft nooit kunnen lezen of schrijven, maar was een heel intelligent meisje. Als kind hielp ze haar moeder in het dagelijks leven met het huishouden en werkte soms op het land. Ze hoedde ook soms de schapen van haar vader. Op haar 12e jaar begon zij voor het eerst stemmen te horen van heilige st Michael, st Catharina en st Margareta. Zij zeiden in het begin alleen maar dat ze braaf en vroom moest zijn, en naar de kerk moest gaan. Later, gaven zij haar drie opdrachten: 1. De bezetting van Orleans opheffen, 2. De kroonprins Karel de VII naar Reims brengen om gekroond te worden, 3. De Engelsen uit het land verjagen. Meer dan vier jaar lang hadden de stemmen haar steeds gezegd dat ze goed moest zijn en zuiver en vroom moest leven. Maar tenslotte verscheen haar aartsengel Michael weer, maar nu met een duidelijker opdracht. Hij zei: "Dochter van God, ga naar Robert de Baudricourt, de bevelhebber van het Franse leger. Hij zal je soldaten geven die je bij de kroonprins zullen brengen. Het is jouw taak om Orleans te bevrijden, de kroonprins naar Reims te brengen en de Engelsen uit het land te verjagen.

Jeanne hoorde haar stemmen later vaak nadat ze gevast had of als ze kerkklokken hoorde. Jeanne gaat naar Robert de Baudricourt en vertelt haar verhaal aan hem, maar hij gelooft haar niet, en stuurt haar terug naar huis.

Intussen gaat het met Frankrijk erg slecht. De Engelse troepen behalen de ene overwinning na de andere. In oktober 1428 bezetten zij Orleans. Dit was de belangrijkste stad die de Fransen nog in handen had. Als Orleans viel, zou Frankrijk verloren zijn. Tegen het einde van het jaar begonnen de stemmen bij Jeanne steeds meer aan te dringen.

Op een koude morgen in januari ging ze op weg. Dit keer schold Robert de Baudricourt haar niet uit, maar is bereid om haar te helpen. Hij had besloten haar naar de kroonprins te laten brengen. Het was nu eind februari en Jeanne ging met haar metgezellen naar de kroonprins. Ze droeg mannenkleren, omdat ze in gezelschap van mannen moest reizen en ze door vijandelijke gebieden zou komen, waar ze gevangen genomen kan worden. Ze had ook haar haar afgeknipt. Na een tocht van ongeveer 600 kilometer (elf dagen) bereikten Jeanne en haar metgezellen op 6 maart 1429 de plaats Chinon. Daar verblijft onder slechte omstandigheden Karel VII.

De volgende dag werd zij door de koning ontvangen. Jeanne zegt dan dat ze een gesprek onder vier ogen wil. Dit zou ze gezegd hebben: "Mijn heer, ik kan u met zekerheid zeggen dat u de wettige opvolger van uw vader bent en het is Gods wil dat ik Orleans zal bevrijden en dat u in Reims tot koning gekroond zult worden."

Karel geloofde haar, maar liet haar op advies van enkele kerkelijke gezaghebbers ondervragen, of ze echt door God, of door de duivel was gezonden. Het onderzoek kwam uit dat Jeanne gelijk had, en dat ze door God gezonden was. In de kortst mogelijke tijd werd er een leger opgericht. Er kwam geld voor kleding en een wapenuitrusting voor Jeanne. Het leger vertrok op 27 april 1429 uit Blois.

In de avond van 29 april, om 8 uur trok Jeanne met haar leger Orleans binnen. De aankomst van Jeanne d'Arc, het boerenmeisje uit Doremy, had de soldaten en burgers weer moed en vertrouwen gegeven, en de mensen kregen weer hoop op een overwinning. Jeanne probeerde eerst met de Engelsen te onderhandelen. De Engelsen wilden zich echt niet overgeven, en zeker niet aan een vrouw.

Jeanne gaat dan over tot de aanval. Tijdens de strijd werd ze aan haar hals verwond, zoals haar stemmen haar al eerder voorspeld hadden. Maar uiteindelijk behaalden de Fransen onder leiding van Jeanne de overwinning. Jeanne had nu haar eerste grote opdracht vervuld.

Reims was de stad waarde eerste koning was gedoopt en gezalfd. Sindsdien werden alle koningen in Reims gedoopt, gezalfd en gekroond. Maar Reims lag ver in het door de Engelsen bezette gebied en ze zouden dus moeten vechten om de stad te bereiken. Na een beleg van twee dagen opende de stad zijn poorten, en op 16 juli 1429 hield Karel VII zijn intocht in Reims.

De volgende morgen ging Karel naar de kathedraal. De edellieden legden een blauwe mantel om zijn schouders. De aartsbisschop nam de kristallen flacon en met wat olie aan zijn vingertoppen maakte hij een kruisteken op Karels voorhoofd. Hij zei: "Ik wijd u, met deze heilige olie in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige geest. Hierna werd Karel de kroon op zijn hoofd gezet.

Jeanne had tijdens deze lange ceremonie onbeweeglijk Karel gestaan. Toen de plechtigheid voorbij was, liep zij langzaam naar de koning en knielde voor hem neer, sloeg haar armen om zijn knieën, en zei -terwijl ze huilde- "Nu is Gods wil vervuld."

Karel VII was nu koning van Frankrijk.

Eindelijk had Frankrijk weer een koning. Het land begon zich los te maken van de verstikkende greep van de 100- jarige oorlog. Volgens Jeanne moest Karel nu ten koste van alles oprukken naar Parijs. En omdat Karel nu sterker was dan de vijand, verwachtte zij dat hij het bevel ging geven de stad te veroveren. Maar in plaats daarvan bleef Karel twijfelen. Parijs was op dat moment in handen van Philips van Bourgondië en hij beloofde Karel, dat er een wapenstilstand zou komen van 14 dagen. Jeanne vertrouwde deze belofte niet erg.

Dit wantrouwen bleek juist, want toen de twee weken voorbij waren, gaf Parijs zich nog niet over. Net als Karel het bevel geeft om Parijs te bestormen en de overwinning in zicht komt, besluit hij zijn troepen weer terug te trekken. Tijdens de laatste aanval op de Bourgondiërs wordt Jeanne gevangen genomen.

Op 21 februari het hof van het kasteel zijn eerste zitting. Jeanne werd binnengebracht. Ze was bleek en vermoeid na al die weken in haar kerker. Ze droeg nog steeds mannenkleren. De monniken die aanwezig waren, waren verbijsterd, want in de Bijbel stond dat een vrouw geen mannenkleren mocht dragen. Doordat Jeanne zo binnen was gekomen, hadden de meeste juryleden zich al tegen haar ingenomen.

Op 28 mei werd ze alsnog veroordeeld, en moest ze op de brandstapel. De volgende dag werd ze voor de laatste keer haar kerker uitgehaald. Ze begon met trillende stem hardop te bidden en ze moest huilen. En de toeschouwers die er waren huilden met haar mee. Ze werd naar een verhoogd podium gebracht en er werd een papieren muts op haar hoofd gedaan, waar de woorden ketter, draaitol, afvallige en afgoddienares op stonden. Toen de beul de takken onder haar aanstak riep ze hard om haar aartsengel Michael. Haar laatste woorden die ze opeens riep waren: "Jezus, Jezus, Jezus!"

In 1894 werd Jeanne d'Arc eerbiedwaardig verklaard. In 1909 werd zij zalig, en in 1920 heilig verklaard. Dit was doordat bisschop Dupanloup alsnog haar rechtszaak (op aandringen van Jeanne's moeder) had bekeken en zag dat er niets van klopte. Hij zei dat ze haar ook te moeilijk ondervraagd hadden, met veel strikvragen. Ook was de biecht vaak misbruikt en had de biechtvader zich dus niet aan zijn plicht gehouden.



Copyright (c) Het Groote Hoofd 2014-2017. All rights reserved.